Liturgie Commissie Liturgie Commissie
KLEUR OP DE KANSEL.
 
Groen, paars wit en weer groen : dat zijn de kleuren die al eeuwenlang de toon aangeven voor de getijden van het kerkelijk jaar. 
Groen : de kleur van de rust en vrede, van bossen en velden – van het goede, gezonde leven.
En dus ook de kleur van de “rustige tijden”, geen feest en geen rouw, geen boete en geen gejuich : de gewone zondagen [ hoewel – zijn zondagen ooit gewoon ? ]
 
Twee keer per jaar werpen dan de grote feesten – Pasen en het kerstfeest – hun schaduw vooruit : het groen wordt paars . Zondagen van inkeer en bezinning, van bidden en vasten : de Advent en de Veertig Dagen.
 
Maar na zo’n ingetogen periode breekt het licht door : het paars wordt verjaagd door het heldere wit van Gods tegenwoordigheid, dat begint op de feestdagen van Kerst en Pasen, en dat ook daarna nog weken blijft stralen.
 
Daartussendoor duiken nu en dan twee andere kleuren op. Op de Goede Vrijdag zwart, de kleur van diepe droefheid en rouw. En het rood, de kleur van bloed en vuur, zien we verschijnen op de dagen die gewijd zijn aan de Heilige Geest : Pinksteren dus, maar ook de Stille Zaterdag, en de gedenkdagen van martelaren [ voorzover we die vieren ].
 
In het ontwerp van onze kanselkleden [ antipendia ] is een poging gedaan om in een passend symbool nog wat meer weer te geven van de liturgische inhoud van deze tijden. In onderstaand “ kleurenkalendertje “proberen we dat toe te lichten.
 
In de Paasnacht, is het wit weer doorgebroken in onze liturgie : sindsdien hangt daar het witte kleed met de koningskroon : teken van Christus “ verlossende heerschappij.
De Paastijd duurt tot Pinksteren, het feest van de Geest : dus rood, met in dit rood het aantrekkelijke vuur van de Geest, die ook ons in vuur en vlam moet zetten.
 
Na Pinksteren wordt het dan zomer in de Kerk : de groene zomer die duurt tot de eerste zondag van Advent. En we zien in dat groen een vis die belijdenis is : het Griekse woord voor vis bestaat uit de beginletters van de woorden “ Jezus Christus, Gods Zoon, Heiland “.
 
Dan begint de Advent : vier zondagen met het paars van de inkeer. Maar ook zondagen van verwachting : daarom in het paars het Lam met het kruisvaan, teken van Jezus”offer en van zijn overwinning tegelijk.
 
De kersttijd begint in de kerstnacht, 24 december, en duurt tot en met [ ongeveer ] de eerste zondag na Drie Koningen : wit, en daarin stralend als een ster het schild van David, teken van Jezus’ geslacht.
 
De ‘groene zondagen’ daarna duren vanaf [ ongeveer ] de tweede zondag na Drie Koningen : dan vaart in het groen het schip met het kruis in top, als teken van de verbondenheid met Christus en alle Christenen, tot aan de Veertig Dagen.
In het paars van de Veertig Dagen – voorbereidingstijd voor Pasen – vastentijd, zien we een Jeruzalems kruis : teken van de stad die haar Heer liet kruisigen, maar ook van het nieuwe Jeruzalem dat ons is beloofd.
In de Stille Week die volgt is op Witte Donderdag [ wit met de kroon ]. Goede Vrijdag [ zwart,met een eenvoudig latijns kruis ] en Stille Zaterdag [ rood,met de vlam ].
En in de Paasnacht,zaterdagavond, breekt dan het wit van Pasen weer door – want Christus is Koning.
 
Bij rouwdiensten wordt meestal wit gebruikt als teken van ons geloof in de opstanding. Soms wordt toch voor de kleur van het jaar of voor paars gekozen.
 
Bij bevestiging ambtsdragers gebruiken we rood de kleur van de heilige Geest.
 
Bij bevestiging van een huwelijk rood of wit.
 
Bij de doop de kleur van de zondag.
terug